ECLI:NL:CRVB:2022:185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering door UWV
Appellante, voormalig pedagogisch medewerker, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 25 juni 2018 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapporten van Bernaert onvoldoende aanleiding gaven om de FML te betwijfelen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat de beperkingen passend waren en dat de medische onderbouwing van Bernaert niet objectief genoeg was, mede omdat zijn onderzoek na de datum in geding plaatsvond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat Bernaert wel degelijk een medisch onderbouwde beoordeling had gegeven en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat de FML en arbeidskundige beoordeling juist waren, en dat de rapporten van Bernaert onvoldoende aanleiding gaven tot twijfel aan de UWV-beoordeling.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijk deskundige af en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.