ECLI:NL:CRVB:2022:1866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in AOW-zaak
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep in een zaak betreffende de AOW.
Het ingediende beroepschrift bevatte geen gronden, terwijl artikel 6:5, eerste lid, Awb vereist dat het beroepschrift deze bevat. Appellant werd bij brief van 18 januari 2022 in de gelegenheid gesteld dit binnen vier weken te herstellen, maar liet deze termijn voorbijgaan. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 18 februari 2022 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-inhoudelijke behandeling. Ook deze termijn werd niet benut.
Er zijn geen redenen gebleken die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen van dit verzuim binnen gestelde termijnen.