ECLI:NL:CRVB:2022:1929
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding atelierhuur en huishoudelijke hulp wegens ontbreken medische noodzaak schilderactiviteiten
Appellante, erkend als burgeroorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, verzocht om vergoeding van kosten voor het huren van een atelier en huishoudelijke hulp voor het schoonhouden daarvan. Zij stelt dat schilderen voor haar een copingstrategie is en essentieel voor haar welzijn.
De Sociale verzekeringsbank wees de aanvragen af omdat schilderen niet plaatsvindt binnen een medisch behandelplan en de kosten daarom niet als medisch noodzakelijk kunnen worden aangemerkt. De Raad bevestigt dat schilderen geen onderdeel is van een medische behandeling of therapie en dat zelftherapie zonder professionele ondersteuning geen grond is voor vergoeding.
De verklaring van een systeemtherapeute ondersteunt dat schilderen een vorm van zelftherapie is, maar dat er geen noodzaak is voor therapeutische ondersteuning. De Raad concludeert dat de gevraagde voorzieningen niet als noodzakelijke extra kosten in de zin van de Wubo kunnen worden beschouwd.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gevraagde voorzieningen niet medisch noodzakelijk zijn.