ECLI:NL:CRVB:2022:1937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies op grond van de Wet WIA
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarin zijn arbeidsongeschiktheid op 56,31% is vastgesteld met ingang van 2 januari 2018. De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep het medisch en arbeidskundig onderzoek laten toetsen door een onafhankelijke verzekeringsarts, die een zorgvuldige en consistente beoordeling gaf.
Hoewel appellant bezwaar maakte tegen de beoordeling van zijn beperkingen, met name met betrekking tot fijn motorische handelingen, heeft de Raad het deskundigenrapport gevolgd. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vallen en dat hij in staat is deze functies te vervullen, ook met de aanvullende beperkingen.
De Raad concludeert dat het UWV het juiste oordeel heeft gegeven en dat het bestreden besluit 2 niet deugdelijk was gemotiveerd, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat het belang van appellant niet is geschaad. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.