ECLI:NL:CRVB:2022:1949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-vervolguitkering bij 63,46% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met pijn- en psychische klachten. Het UWV kende hem op 30 januari 2020 een WGA-vervolguitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 63,46%. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen groter waren, maar dit werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, oordelend dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen, met name vanwege pijn en slaapgebrek, en verzocht om een deskundige. De Raad beoordeelde dat de medische rapporten en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van oktober 2020 een juiste weergave gaven van zijn beperkingen. Nieuwe medische informatie bracht geen wijziging in het oordeel, en het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies en dat de beperkingen, inclusief psychische klachten, adequaat waren meegenomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 63,46%.