ECLI:NL:CRVB:2022:197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2007 en werden onderzocht na een melding over bezit van auto’s en appartementen. Tijdens het onderzoek werden meerdere stortingen en een bijschrijving op hun bankrekening vastgesteld die zij niet hadden gemeld aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde €1.570,- terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de stortingen en bijschrijvingen als inkomen moesten worden beschouwd. Appellanten slaagden er niet in aannemelijk te maken dat het ging om uitzonderingen zoals vergoedingen van een logé. Ook het argument dat zij niet op de hoogte waren van het begrip 'middelen' werd verworpen, omdat de inlichtingenplicht een open norm is en het college niet alle situaties vooraf hoeft te benoemen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad benadrukte dat de bewijslast voor herziening in beginsel bij het college ligt, maar dat vaststaat dat appellanten de stortingen en bijschrijvingen niet hebben gemeld. De latere verklaring dat het om vergoedingen van een logé zou gaan, werd niet aannemelijk geacht vanwege tegenstrijdige eerdere verklaringen en het ontbreken van onderbouwing.
De Raad concludeerde dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens niet gemelde stortingen en bijschrijvingen.