ECLI:NL:CRVB:2022:1972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verhoging WIA-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een verzoek ingediend tot verhoging van zijn WIA-uitkering op grond van hulpbehoevendheid. Dit verzoek is door het Uwv afgewezen op 21 maart 2019. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar de rechtbank Rotterdam heeft op 6 december 2021 het beroep ongegrond verklaard en de beslissing van het Uwv gehandhaafd.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet feitelijk hulp nodig heeft bij essentiële dagelijkse levensverrichtingen zoals douchen, naar het toilet gaan en aankleden, en daarmee niet voldoet aan het criterium van geregelde verzorging. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens of nieuwe gronden aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot verhoging van de uitkering. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot verhoging van WIA-uitkering wegens hulpbehoevendheid wordt afgewezen.