ECLI:NL:CRVB:2022:1978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA na herbeoordeling
Appellant, voormalig steigerbouwer, was sinds november 2011 ziekgemeld en ontving een WIA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van verslechtering in 2018 onderzocht het UWV zijn belastbaarheid opnieuw en stelde vast dat deze niet was veranderd. Een aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek leidde tot een herziene Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) met een lagere mate van arbeidsongeschiktheid van 36,37% per 22 augustus 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd waarom appellant de geselecteerde functies kon verrichten. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen, met name aan ogen, nek, schouder en psychische klachten, waren onderschat en dat hij de functies niet kon vervullen.
De Raad volgde appellant niet en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische informatie ondersteunde geen aanvullende beperkingen op de datum in geschil. De arbeidsdeskundige had adequaat toegelicht waarom de functies passend waren, ook met betrekking tot duw- en trekbelasting en boven schouderhoogte werken. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellant correct is vastgesteld op 36,37%.