ECLI:NL:CRVB:2022:2031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig chauffeur personenvervoer, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige onderzoeken vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische problematiek, gehoorproblemen en COPD meer beperkingen opleverden dan erkend. De Raad volgde het UWV en de rechtbank en concludeerde dat de medische rapporten en de Functionele Mogelijkheden-lijst (FML) voldoende rekening hielden met de klachten. Nadere medische stukken uit het huisartsendossier en aanvullend onderzoek bevestigden dit standpunt.
De Raad stelde vast dat appellant niet meer dan 35% arbeidsongeschikt was en dat het UWV de juiste functies had geselecteerd voor de beoordeling. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigert de WIA-uitkering toe te kennen.