ECLI:NL:CRVB:2022:2041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toekenning proceskostenvergoeding
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 18 mei 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep terecht was ingetrokken op grond van artikel 8:75a van de Awb, omdat het bestuursorgaan (het UWV) geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen. De Raad besloot het UWV te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.
De proceskostenvergoeding werd begroot op in totaal € 2.277,-, bestaande uit kosten voor het indienen van het beroepschrift, verschijnen ter zitting, en het indienen van het hogerberoepschrift. Vergoeding van griffierechten kan appellante rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken in het openbaar op 22 september 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.277,- aan proceskosten aan appellante.