ECLI:NL:CRVB:2022:2042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met toekenning proceskostenvergoeding
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een sociaalzekerheidszaak. Het UWV nam op 30 maart 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat er geen aanleiding was voor vergoeding van kosten in bezwaar, omdat appellante destijds zelf bezwaar had gemaakt. Ook vond er geen zitting plaats in beroep of hoger beroep, zodat daarvoor geen kostenvergoeding werd toegekend.
De Raad veroordeelde het UWV wel tot vergoeding van de kosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, begroot op €759 per procedure, in totaal €1.518. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek en is openbaar uitgesproken op 22 september 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.518 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.