ECLI:NL:CRVB:2022:2043
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en afwijzing betalingsonmacht
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Voor het indienen van het hoger beroep was griffierecht van €134,- verschuldigd. Appellante verzocht om vrijstelling van betaling wegens betalingsonmacht, maar werd gewezen op de criteria die hiervoor gelden en kreeg meerdere kansen om bewijs aan te leveren.
Ondanks het aanleveren van inkomensgegevens en een verklaring, oordeelde de Raad voor Rechtsbijstand dat appellante niet voldeed aan de criteria voor betalingsonmacht. De Raad wees erop dat het inkomen van haar toeslagpartner meetelt bij de beoordeling. Appellante betaalde het griffierecht pas na de gestelde termijn.
Gezien het niet tijdig betalen van het griffierecht en het ontbreken van een gegronde betalingsonmacht, verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht en afwijzing van het beroep op betalingsonmacht.