ECLI:NL:CRVB:2022:2048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek afstemming bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontvangt sinds 2014 bijstand en is in 2016 gehuwd met een echtgenoot die in Marokko woont. Na een huisbezoek en onderzoek concludeerde het college dat appellante niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot, waardoor haar bijstand per 1 maart 2019 werd herzien naar de gehuwdennorm. Tevens werd een terugvordering opgelegd.
Appellante voerde aan dat zij duurzaam gescheiden leeft en dat het college de bijstand had moeten afstemmen vanwege haar lage inkomen. Zij stelde ook dat het ontbreken van een tolk tijdens een gesprek in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat appellante de Nederlandse taal voldoende beheerst en dat de relatie met haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden is, mede gelet op het gezamenlijke kind en het contact.
De Raad concludeert dat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het oordeel van de rechtbank ondergraven. Er is geen sprake van een schrijnende situatie die afstemming van de bijstand rechtvaardigt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstand naar de gehuwdennorm bevestigd.