ECLI:NL:CRVB:2022:2088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellant was werkzaam als taxichauffeur en meldde zich ziek met psychische en schouderklachten. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant per 3 februari 2020 geschikt was voor zijn eigen werk en beëindigde de Ziektewetuitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn paniekaanvallen waren toegenomen en dat het medicijngebruik (oxazepam) hem belemmerde in het autorijden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen de geschiktheid overtuigend hadden gemotiveerd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en leverde aanvullende informatie over de toename van paniekaanvallen, maar slaagde er niet in dit met medische stukken te onderbouwen.
De Raad overwoog dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de toename van paniekaanvallen op de datum in geding en dat zijn stelling over medicijngebruik niet consistent was met eerdere verklaringen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en dat de Ziektewetuitkering terecht was beëindigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.