ECLI:NL:CRVB:2022:211

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 februari 2022
Publicatiedatum
1 februari 2022
Zaaknummer
20/449 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling proceskosten na intrekking hoger beroep bestuursorgaan

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Op 6 september 2021 trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop om veroordeling van het bestuursorgaan in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe, dat bepaalt dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten omdat appellant geen verweerschrift had ingediend.

De Raad veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 759,- voor verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door A.M. Overbeeke, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, op 1 februari 2022.

Uitkomst: Het bestuursorgaan is veroordeeld in de proceskosten van € 759,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 februari 2022
20/449 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 12 december 2019, 19/160 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 6 september 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. C.J. van der Have, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,- in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2022.
(getekend) A.M. Overbeeke
(getekend) E. Blijleven-de Vries