ECLI:NL:CRVB:2022:2112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing Tozo-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant diende aanvragen in voor algemene bijstand op grond van de Tozo-regelingen 1 en 2, welke door het college werden afgewezen vanwege een te hoog inkomen. Tegen deze afwijzing stelde appellant beroep in, maar dit werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college onjuiste SBI-nummers had gehanteerd, niet tijdig had beslist en dat zijn WIA-uitkering hem uitsloot van andere regelingen terwijl hij door de coronapandemie omzetverlies leed. De Raad vroeg appellant om nadere toelichting op de termijnoverschrijding, waarop appellant stelde dat hij het overzicht kwijt was door de lange duur van de afwijzing.
De Raad oordeelt dat deze omstandigheden niet leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant had binnen zes weken beroep moeten instellen of een derde daarvoor kunnen inschakelen. Omdat dit niet is gebeurd, bevestigt de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De inhoudelijke gronden van appellant worden niet behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo-aanvragen is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen binnen de beroepstermijn.