ECLI:NL:CRVB:2022:2184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij het indienen van hoger beroep griffierecht worden betaald. Appellante werd hier tweemaal schriftelijk op gewezen, met duidelijke termijnen voor betaling.
Ondanks deze waarschuwingen betaalde appellante het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden, terwijl artikel 6:5 Awb Pro vereist dat het beroepschrift de gronden van het beroep bevat. Ook hiervoor werd appellante twee keer in de gelegenheid gesteld dit te herstellen, maar zij liet de termijnen ongebruikt voorbijgaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage, en uitgesproken op 12 oktober 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.