ECLI:NL:CRVB:2022:2186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het griffierecht binnen een bepaalde termijn worden betaald en moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten.
Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en het indienen van beroepsgronden, met duidelijke termijnen en waarschuwingen dat bij niet-naleving het beroep niet inhoudelijk zou worden behandeld. Het griffierecht is niet betaald binnen de gestelde termijnen en het beroepschrift bevatte geen gronden. Appellante heeft de gestelde termijnen voor herstel van deze tekortkomingen ongebruikt laten verlopen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, met griffier J.M. Labage.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.