ECLI:NL:CRVB:2022:2188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellante het griffierecht van €136,- niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan, ondanks meerdere aanmaningen en waarschuwingen. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden, terwijl appellante meerdere malen in de gelegenheid is gesteld deze alsnog in te dienen binnen een redelijke termijn.
De Raad overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het griffierecht tijdig betaald moet worden en dat het beroepschrift de gronden van het beroep moet bevatten. Het niet voldoen aan deze vereisten leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Appellante heeft de gestelde termijnen ongebruikt laten verstrijken, waardoor zij in verzuim is.
Gezien het verzuim en het ontbreken van gronden kan het hoger beroep niet inhoudelijk worden behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en sluit de procedure af zonder verdere inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.