ECLI:NL:CRVB:2022:2204

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 oktober 2022
Publicatiedatum
14 oktober 2022
Zaaknummer
21 / 4504 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene OuderdomswetAlgemene nabestaandenwetAlgemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing ouderdomspensioen wegens ontbreken AOW-verzekering en huwelijkse tijdvakken

Appellante, woonachtig in Marokko en geboren in 1954, vroeg een ouderdomspensioen aan op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij zelf nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en daardoor niet verzekerd was voor de AOW. Ook kon zij geen aanspraak maken op zogenoemde huwelijkse tijdvakken, omdat zij pas trouwde nadat haar echtgenoot niet meer verzekerd was voor de AOW.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat zij geen recht had op het ouderdomspensioen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij recht had op het pensioen omdat haar echtgenoot recht had op een AOW-pensioen en zij een nabestaandenuitkering ontving. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) handhaafde de afwijzing.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontvangen van een AOW-pensioen door de echtgenoot en een nabestaandenuitkering door appellante niet leidt tot verzekering voor de AOW. Ook het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko biedt geen grond voor aanspraak. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat en uitgesproken op 13 oktober 2022.

Uitkomst: De afwijzing van het ouderdomspensioen wordt bevestigd omdat appellante niet verzekerd was voor de AOW en geen huwelijkse tijdvakken heeft vervuld.

Uitspraak

21.4504 AOW

Datum uitspraak: 13 oktober 2022
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2021, 21/2583 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 september 2022. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante is op [geboortedatum] 1954 geboren, woont in Marokko en is op [datum] 2003 getrouwd. Haar echtgenoot is geboren in 1934 en heeft voor het huwelijk enige jaren in Nederland gewerkt. Hij is voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) verzekerd geweest tot 15 september 1999 en is op 26 december 2013 overleden. In verband met dit overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) ontvangen tot haar AOW-leeftijd op 30 september 2020. Haar aanvraag om een ouderdomspensioen op grond van de AOW is bij besluit van 25 september 2020 afgewezen.
1.2.
Het bezwaar van appellante tegen dit besluit heeft de Svb in een besluit van 10 februari 2021 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarin is vastgesteld dat betrokkene geen recht heeft op ouderdomspensioen omdat zij nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en zij geen aanspraak kan maken op zogenoemde huwelijkse tijdvakken.
2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is appellante niet verzekerd geweest voor de AOW. Ook is er geen aanspraak op huwelijkse tijdvakken omdat appellante pas is getrouwd toen haar echtgenoot niet meer verzekerd was voor de AOW.
3.1.
Appellante stelt in hoger beroep dat zij recht heeft op ouderdomspensioen, omdat haar echtgenoot recht had op een ouderdomspensioen op grond van de AOW en zij recht had op een uitkering op grond van de ANW.
3.2.
De Svb heeft in hoger beroep gesteld dat de aanvraag terecht is afgewezen omdat betrokkene niet verzekerd is geweest voor de AOW en geen aanspraak kan maken op huwelijkse tijdvakken.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
Tussen partijen is in geschil of de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat appellante geen recht heeft op ouderdomspensioen en het beroep terecht ongegrond heeft verklaard.
4.2.
Appellante heeft niet betwist dat zij zelf nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en ook niet op een andere (zelfstandige) grond verzekerd is geweest voor de AOW. Ook met toepassing van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko heeft appellante geen aanspraak op ouderdomspensioen. Appellante heeft geen huwelijkse tijdvakken vervuld, omdat de verzekering van de echtgenoot voor de AOW al was geëindigd vóór de huwelijksdatum.
4.3.
De omstandigheid dat haar echtgenoot tot zijn overlijden recht had op een ouderdomspensioen en dat appellante na zijn overlijden recht had op een nabestaandenuitkering, leiden er niet toe dat zij aanspraak heeft op een ouderdomspensioen op grond van de AOW. Het ontvangen van een AOW-pensioen door de echtgenoot en het ontvangen van een nabestaandenuitkering door appellante leiden immers niet tot verzekering voor de AOW.
4.4.
Geconcludeerd wordt dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard omdat betrokkene geen recht heeft op ouderdomspensioen.
4.5.
Uit overweging 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van S.N. de Groot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2022.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) S.N. de Groot
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M. Wolfrat en présence de S.N. de Groot en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 13 octobre 2022.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH Den Haag) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.