ECLI:NL:CRVB:2022:2208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht voor AIO-aanvulling wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
In deze zaak staat de ingangsdatum van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) centraal. Appellant ontving vanaf 12 juni 2019 een onvolledig ouderdomspensioen en vroeg de AIO-aanvulling aan op 15 juli 2019. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende de AIO-aanvulling toe vanaf de datum van aanvraag, waarna de rechtbank het bezwaar van appellant ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat onjuiste voorlichting door de gemeente Heerlen de reden was voor zijn late aanvraag en dat daarom bijzondere omstandigheden een terugwerkende toekenning tot 12 juni 2019 rechtvaardigen. Hij verwees naar een telefoonrapport van een gesprek met een medewerker van de Svb waarin sprake zou zijn van verkeerde informatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigen. De enkele verwijzing naar het telefoonrapport volstaat niet. Bovendien ligt het op de weg van appellant om tijdig een aanvraag in te dienen. De Svb had appellant bovendien meerdere malen geïnformeerd over de AIO-aanvulling en de aanvraagprocedure.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De AIO-aanvulling wordt niet met terugwerkende kracht toegekend, het beroep wordt ongegrond verklaard.