ECLI:NL:CRVB:2022:2226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen bij laattijdige aanvraag
Appellante diende ruim dertien jaar na haar achttiende verjaardag een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, waarbij zij diverse klachten vermeldde. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij arbeidsvermogen heeft. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen medische informatie is die beperkingen rond haar achttiende verjaardag als gevolg van ziekte of gebrek ondersteunt.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd moeilijk vast te stellen is. Appellante heeft geen medische gegevens overgelegd die haar standpunt ondersteunen.
Hoewel appellante wees op haar moeilijke thuissituatie en psychische toestand, en het ontbreken van middelen om een deskundige te betalen, oordeelt de Raad dat dit niet leidt tot een ander oordeel. De individuele beoordeling van het recht op Wajong wordt bevestigd en de eerdere uitspraak wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van medische beperkingen rond de achttiende verjaardag en het aanwezige arbeidsvermogen.