ECLI:NL:CRVB:2022:2237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging brutering terugvordering bijstand wegens niet-melding hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag de bijstand en vorderde terugbetaling over meerdere perioden, waaronder 2019, vanwege te lang verblijf in het buitenland en het niet melden van inkomsten uit een hennepkwekerij.
Appellant maakte bezwaar tegen de besluiten, maar deze werden door het college ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend tegen de brutering van de vordering over 2019, stellende dat psychische overmacht door overlijdens in de familie het lange verblijf in het buitenland verschoonbaar maakte.
De Raad oordeelde dat de brutering terecht was omdat de vordering mede door toedoen van appellant is ontstaan, namelijk door het niet melden van de hennepkwekerij-inkomsten. Het beroep op psychische overmacht faalde omdat dit de schending van de inlichtingenplicht niet wegneemt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de brutering van de terugvordering bijstand over 2019 wegens niet-melding van inkomsten uit een hennepkwekerij.