ECLI:NL:CRVB:2022:2240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep WIA-uitkering na gewijzigde beslissing UWV
Appellante ontving vanaf 2012 een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV beëindigde deze uitkering in 2016 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
Tijdens het hoger beroep wijzigde het UWV in 2021 het besluit en herstelde de WGA-uitkering per 22 juni 2016, waarmee het bezwaar van appellante werd gegrond verklaard. Appellante kon zich met deze wijziging verenigen. Vervolgens kende het UWV in 2022 een IVA-uitkering toe, waartegen werkgeefster bezwaar maakte. Dit bezwaar werd eveneens gewijzigd door het UWV.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het gewijzigde besluit volledig tegemoetkomt aan haar vordering. Ook het beroep van werkgeefster werd niet-ontvankelijk verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante en werkgeefster.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante en het beroep van werkgeefster zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na wijziging van het UWV-besluit.