ECLI:NL:CRVB:2022:2252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV met proceskostenvergoeding en rentevergoeding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een sociaalzekerheidszaak tegen het UWV. Het UWV nam op 23 maart 2022 een nieuwe beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep op 26 april 2022 in.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €1.841,-.
De proceskostenvergoeding betreft kosten gemaakt voor de behandeling van bezwaar en hoger beroep. Het verzoek tot vergoeding van griffierecht is afgewezen, met de mededeling dat appellant dit rechtstreeks bij het UWV kan indienen.
De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en uitgesproken op 19 oktober 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.