ECLI:NL:CRVB:2022:2253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellante stelde hoger beroep in tegen een UWV-beslissing, vertegenwoordigd door mr. I. Lamou. Het UWV nam op 13 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan trok appellante op 20 april 2022 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift, waarna het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en gesloten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 8:75a en 8:108) veroordeeld kan worden in de proceskosten indien het bestuursorgaan aan de bezwaren tegemoetkomt. De Raad wees een proceskostenvergoeding toe van in totaal €2.277, bestaande uit kosten voor beroep en hoger beroep. Vergoeding van griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 19 oktober 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot betaling van €2.277 aan proceskosten.