ECLI:NL:CRVB:2022:2256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 26 januari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het volledig aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in bij brief van 15 maart 2022 en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad stelde vast dat het UWV de kosten voor verleende rechtsbijstand in bezwaar reeds had vergoed, zodat deze niet opnieuw vergoed werden.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €4.174,50. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 19 oktober 2022.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken na gewijzigde beslissing UWV; UWV veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €4.174,50.