Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:2256

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 oktober 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
19/2393 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 26 januari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het volledig aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in bij brief van 15 maart 2022 en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad stelde vast dat het UWV de kosten voor verleende rechtsbijstand in bezwaar reeds had vergoed, zodat deze niet opnieuw vergoed werden.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €4.174,50. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 19 oktober 2022.

Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken na gewijzigde beslissing UWV; UWV veroordeeld tot proceskostenvergoeding van €4.174,50.

Uitspraak

Datum uitspraak: 19 oktober 2022
19/2393 en 19/2394 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 april 2019, 18/1963 en 19/4 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.J.F. Nieuwenhuis, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2020. Appellant is verschenen,
bijgestaan door zijn echtgenote [naam echtgenote] en door zijn gemachtigde mr. W.J.F. Nieuwenhuis.
Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door H. ten Brinke via een Skype-verbinding.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd. Deze heeft op
28 december 2021 een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 26 januari 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 15 maart 2022 heeft mr. Nieuwenhuis namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft met een brief van 7 juni 2022 laten weten zich te kunnen vinden in een
proceskostenvergoeding overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek
ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a. eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking
van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het
beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij
afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden
veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van
overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde
beslissing op bezwaar van 26 januari 2022 volledig aan de bezwaren van appellant is
tegemoetgekomen.
Uit de gewijzigde beslissing op bezwaar blijkt dat het Uwv de kosten voor verleende
rechtsbijstand in bezwaar al heeft vergoed. Deze kosten komen dan ook niet voor vergoeding
in aanmerking.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de
Behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 2.277,- in beroep (2 punten voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het
verschijnen ter zitting) en €1.897,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het
hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0.5 punt voor de zienswijze na
verslag deskundigenonderzoek). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 4.174,50.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv
Wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.174,50.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ