ECLI:NL:CRVB:2022:2261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger militair invaliditeitspensioen en vergoeding incontinentiemateriaal
Appellant, voormalig dienstplichtig militair, verzocht om een hoger militair invaliditeitspensioen (mip) en vergoeding van kosten voor incontinentiemateriaal. De staatssecretaris had eerder vastgesteld dat de urine-incontinentie geen verband hield met de dienst en weigerde de verzoeken. Na bezwaar en beroep werd aanvullend medisch onderzoek uitgevoerd, waarbij verzekeringsarts Goedhard concludeerde dat er geen causale relatie bestaat tussen de dienstverbandaandoening en de incontinentie.
De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het onderzoek van Goedhard zorgvuldig was, mede omdat hij eerdere medische rapporten en informatie van appellant had betrokken. Het ontbreken van een fysiek onderzoek werd niet als onzorgvuldig beschouwd, aangezien nader onderzoek geen ander inzicht zou opleveren.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende medische twijfel had gezaaid over het ontbreken van een verband tussen de incontinentie en de militaire dienst. Ook de eerdere uitspraken en medische literatuur ondersteunden dit standpunt. De Raad concludeerde dat de staatssecretaris terecht het verzoek om een hoger mip en vergoeding van incontinentiemateriaal had afgewezen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het hoger militair invaliditeitspensioen en vergoeding van incontinentiemateriaal wordt bevestigd.