ECLI:NL:CRVB:2022:2266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-uitkering na emigratie wegens niet-verzekerd zijn
Appellant emigreerde in februari 2013 naar de Filipijnen en ontving vanaf juli 2019 een overbruggingsuitkering met 12% korting en vanaf november 2020 een AOW-ouderdomspensioen met 14% korting. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) handhaafde deze kortingen omdat appellant sinds emigratie niet langer verzekerd was voor de AOW en zich niet tijdig had aangemeld voor een vrijwillige verzekering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. Appellant stelde dat hij premies had afgedragen over zijn Nederlandse inkomsten van 2015 tot 2020 en ook in de jaren 1967-1970, en beroept zich op mensenrechten. De Raad oordeelt dat premiebetaling niet automatisch leidt tot verzekering en dat de wettelijke regeling correct is toegepast.
De Raad wijst erop dat appellant mogelijk premies kan terugvorderen van de belastingdienst of via het poprawabeleid alsnog vrijwillig verzekerd kan worden verklaard. Het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens faalt omdat geen onevenredige last is aangetoond. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de kortingen op de AOW-uitkeringen worden bevestigd.