ECLI:NL:CRVB:2022:2288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing lening voor herexamen via levenlanglerenkrediet bevestigd
Appellant volgde een bacheloropleiding rechten en ontving een levenlanglerenkrediet voor het collegegeld. Hij vroeg aanvullend een lening aan voor het betalen van een herexamen, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het levenlanglerenkrediet alleen bedoeld is voor collegegeld, niet voor herexamens.
Appellant voerde aan dat de wetgever geen rekening hield met niet-bekostigd onderwijs waar extra kosten zoals herexamens worden gemaakt en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De Raad oordeelde dat het krediet uitsluitend is bedoeld om de toegang tot onderwijs te vergemakkelijken, conform de memorie van toelichting en de systematiek van de WHW.
De Raad stelde dat andere kosten dan collegegeld, zoals herexamens, niet onder het levenlanglerenkrediet vallen en verwees naar alternatieve financieringsmogelijkheden zoals het STAP-budget. Het beroep op het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten bood geen afdwingbaar recht op een ruimer krediet. De hardheidsclausule werd terecht niet toegepast.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de lening voor het herexamen via het levenlanglerenkrediet wordt bevestigd.