ECLI:NL:CRVB:2022:2319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor ontspanningsmassages bij PTSS-beroepsziekte
Appellante, erkend met PTSS als beroepsziekte, verzocht vergoeding van kosten voor ontspanningsmassages. De korpschef van politie wees deze vergoeding af omdat massages niet voldoen aan de definitie van geneeskundige behandeling volgens het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de massages op eigen initiatief waren en niet noodzakelijk voor de behandeling van PTSS. De positieve effecten van de massages waren onvoldoende om tot vergoeding over te gaan.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat verwijzing door behandelaars ontbrak en dat de massages slechts een aanvullend effect hadden op fysiotherapie.
De Raad concludeerde dat de kosten niet onder artikel 54 of Pro artikel 53 van Pro het Barp vallen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De kosten voor ontspanningsmassages worden niet vergoed omdat deze niet noodzakelijk zijn voor de behandeling van PTSS als beroepsziekte.