ECLI:NL:CRVB:2022:2329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie
Appellant heeft zich op 10 december 2019 gemeld voor bijstand en op 28 januari 2020 een aanvraag ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af bij besluit van 19 maart 2020, gehandhaafd na bezwaar op 2 juli 2020, vanwege onvoldoende informatie over de feitelijke woon- en verblijfplaats van appellant.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak omdat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsplicht. Hij had het formulier wisselende verblijfplaatsen moeten invullen of op andere wijze aannemelijk moeten maken waar hij verbleef, maar volstond met een algemene verklaring dat hij bij vrienden verbleef.
Appellant wilde geen nadere gegevens verstrekken om zijn vrienden niet in problemen te brengen, wat voor zijn rekening en risico blijft. Ook een verklaring van Stichting Maaszicht dat appellant niet kon verblijven wegens corona, bood geen soelaas. De plicht om duidelijkheid te verschaffen over zijn verblijf bleef bestaan. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van de woon- en leefsituatie.