ECLI:NL:CRVB:2022:234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag wegens niet voldoen aan onderhoudseis en verblijfsonduidelijkheid
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn minderjarige kinderen die in Marokko wonen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft het recht op kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal van 2018 tot en met het eerste kwartaal van 2019 afgewezen omdat appellant niet verzekerd was en niet voldeed aan de onderhoudseis.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende bewijs leverde dat hij in belangrijke mate bijdroeg aan het onderhoud van zijn kinderen. Hoewel appellant diverse stortingsbewijzen overlegde, ontbraken veel ontvangstbewijzen en kon de Svb niet controleren over welke periodes appellant in Nederland of Marokko verbleef.
Appellant voerde aan dat de coronapandemie de bewijslevering bemoeilijkte, maar dit werd door de rechtbank en de Raad niet aanvaard wegens gebrek aan concretisering. De Raad bevestigde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de onderhoudsbijdrage van minimaal €422 tot €433 per kind per kwartaal heeft voldaan.
De Raad concludeert dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag over de betreffende kwartalen en bevestigt het bestreden besluit. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2018 tot en met het eerste kwartaal van 2019 wegens onvoldoende bewijs van onderhoud en onduidelijk verblijf.