ECLI:NL:CRVB:2022:2341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als secretaresse/poli-assistente, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte met lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Na bezwaar en beroep bleef het oordeel dat zij geschikt was voor bepaalde functies binnen haar beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het deskundigenrapport, ondanks dat de deskundige appellante niet fysiek onderzocht had, zorgvuldig was en overtuigend motiveerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies passend waren.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij onterecht niet lichamelijk onderzocht was en dat de geselecteerde functies zwaarder belastend waren dan de maatgevende arbeid. De Raad volgde echter de rechtbank en het deskundigenrapport, oordeelde dat het dossieronderzoek voldoende was en dat de functies binnen de vastgestelde belastbaarheid vielen.
De Raad wees het verzoek tot lichamelijk onderzoek af en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering. De proceskostenveroordeling van de rechtbank werd niet overgenomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.