ECLI:NL:CRVB:2022:2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als Metaalbewerker/CNC Frezer, meldde zich ziek met klachten na een verkeersongeval. Het UWV beëindigde zijn Ziektewetuitkering omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in andere functies. Na een nieuwe ziekmelding in september 2020 weigerde het UWV een ZW-uitkering toe te kennen, hetgeen door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Zowel de primaire verzekeringsarts als de arts bezwaar en beroep hadden het dossier grondig bestudeerd en geen aanwijzingen gevonden voor toegenomen beperkingen. Appellant leverde in hoger beroep aanvullende medische informatie, maar deze bood geen aanleiding tot het herzien van het oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat het onderzoek adequaat was en dat appellant geschikt werd geacht voor de maatgevende arbeid. Er was geen reden om af te wijken van het oordeel van de verzekeringsarts. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de Ziektewetuitkering per 14 september 2020 bevestigd.