ECLI:NL:CRVB:2022:2361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending medewerkingsverplichting inzake Kimliknummers
Appellanten ontvingen sinds 2010 bijstand en hadden vermogen in Turkije, wat zij niet hadden opgegeven. Na een onrechtmatig onderzoek dat niet als bewijs mocht dienen, weigerden zij bij een nieuw onderzoek hun Turkse identiteitsnummers (Kimliknummers) te verstrekken. Het college schortte daarop het recht op bijstand op en trok dit in. Een nieuwe aanvraag werd afgewezen omdat appellanten opnieuw weigerden de Kimliknummers te overleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, wat appellanten in hoger beroep betwisten. Zij stellen dat het niet mag worden verlangd om Kimliknummers te verstrekken zonder aanleiding. De Raad oordeelt dat het college op grond van zijn onderzoeksplicht en bevoegdheden de juistheid van de opgave over vermogen mag controleren en dat gezien de eerdere weigering het college terecht opnieuw om de Kimliknummers mocht vragen.
De Raad stelt vast dat het college geen gebruik heeft gemaakt van het onrechtmatig verkregen bewijs uit het eerdere onderzoek. Door de weigering van appellanten om de Kimliknummers te verstrekken, hebben zij niet voldaan aan de medewerkingsverplichting volgens artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd terecht afgewezen wegens schending van de medewerkingsverplichting door weigering Kimliknummers te verstrekken.