ECLI:NL:CRVB:2022:2364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken noodzaak 24-uurs nabijheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is afgewezen wegens het ontbreken van de noodzakelijke 24-uurs zorg in de nabijheid. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het besluit van het CIZ gebaseerd was op zorgvuldig medisch onderzoek.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stellingen over concentratieproblemen, geheugenverlies en fysieke beperkingen die volgens haar een grondslag voor 24-uurs zorg vormen. Zij bracht echter geen nieuwe medische stukken of argumenten aan die het eerdere oordeel konden ondermijnen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat appellante niet blijvend aangewezen is op permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid zoals vereist in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurige zorg is terecht afgewezen wegens het ontbreken van noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid.