ECLI:NL:CRVB:2022:2385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant was buschauffeur en raakte betrokken bij een busongeval waarna hij zich ziek meldde met locomotore klachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na herbeoordeling door een verzekeringsarts en een psychiater werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 35%, waarna het UWV besloot de WIA-uitkering te beëindigen.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij de diagnose Whiplash Associated Disorder (WAD) had en dat zijn beperkingen onderschat waren. Diverse medische rapporten, waaronder een expertiserapport van een neuroloog en brieven van medisch adviseurs, werden ingebracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en juist was.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de diagnose WAD niet door behandelaars was gesteld en dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad concludeerde dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De Raad wees ook op het belang van de beperkingen zelf en niet de precieze diagnose, en vond dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot een zwaardere beperking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WIA-uitkering terecht heeft beëindigd na vaststelling van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.