ECLI:NL:CRVB:2022:2401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit minister over ingangsdatum loskoppeling studiefinanciering
Appellante heeft vanaf 1 november 2016 studiefinanciering ontvangen, inclusief een aanvullende beurs. Zij verzocht in 2019 om loskoppeling van het inkomen van haar vader met terugwerkende kracht vanaf 14 november 2016, omdat zij sinds haar twaalfde geen contact meer met hem had. De minister kende de loskoppeling toe met ingang van 1 november 2017, waarna appellante bezwaar maakte tegen deze ingangsdatum.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de brief van 17 februari 2017, waarin werd meegedeeld dat het eerdere verzoek niet in behandeling werd genomen wegens ontbrekende bewijsstukken, een besluit in de zin van de Awb is. Het ontbreken van een bezwaarclausule onder die brief deed hieraan niet af. Appellante kon de benodigde verklaring destijds niet tijdig overleggen en het zoekraken van deze verklaring kwam voor haar risico.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat de ingangsdatum van de loskoppeling terug moet gaan naar het eerdere verzoek van 2017. De Raad stelt dat de wettelijke bepalingen een terugwerkende kracht van maximaal twee jaar toestaan, waardoor een ingangsdatum vóór 1 november 2017 niet mogelijk is. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en voegt toe dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij door privéomstandigheden niet eerder kon verzoeken. De Raad bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de loskoppeling blijft 1 november 2017.