ECLI:NL:CRVB:2022:2403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient griffierecht te worden betaald bij het indienen van een beroepschrift, en artikel 8:119 Awb Pro is van toepassing op herzieningsverzoeken.
Verzoekster is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
Op grond van deze feiten oordeelt de Raad dat verzoekster in verzuim is en verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier M.C.G. van Dijk.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.