ECLI:NL:CRVB:2022:2419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellante, laatst werkzaam als kassamedewerker, meldde zich ziek na een ongeval in huis. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid tot 2 januari 2021. Na bezwaar van de (ex-)werkgever stelde het UWV vast dat appellante vanaf 3 januari 2021 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren gemotiveerd. Appellante stelde in hoger beroep dat haar belastbaarheid ten onrechte was verruimd en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden van appellante herhalingen zijn van eerdere bezwaren zonder nieuwe medische gegevens. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en concludeert dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De beëindiging van de WGA-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.