ECLI:NL:CRVB:2022:2428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening arbeidsongeschiktheidsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid meerdere keren is vastgesteld en aangepast. In 2008 werd de mate verlaagd, maar bij bezwaar in 2009 werd deze deels hersteld. Appellant verzocht in 2018 om herziening van dit besluit op basis van medische redenen, maar het UWV wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees ook een schadevergoeding af wegens vermeende privacyschending. De medische beoordelingen, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een Thaise arts, toonden aan dat de oog- en nekklachten niet leidden tot beperkingen op het moment van het oorspronkelijke besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV en de rechtbank onvoldoende zorgvuldigheid betracht hadden en dat er sprake was van een onjuiste diagnose en onvoldoende medische beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV het verzoek terecht, zorgvuldig en gemotiveerd heeft afgewezen. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. De Raad bevestigt dat de medische beoordelingen adequaat waren en dat het verzoek om een onafhankelijke deskundige niet gegrond is. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot herziening bevestigd.