ECLI:NL:CRVB:2022:243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens overschrijding Amber-termijn
Appellante, voormalig telefoniste/receptioniste, meldde zich in 2007 ziek en kreeg in 2010 een weigering van een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Na meerdere meldingen en medische beoordelingen, waaronder een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 september 2016, wees het UWV de aanvraag af omdat deze datum buiten de Amber-termijn van vijf jaar viel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de Amber-termijn niet opnieuw begon na eerdere meldingen binnen de termijn. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar arbeidsongeschiktheid was toegenomen binnen de periode 2014, en dat nieuwe medische diagnoses zoals fibromyalgie niet waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten, oordeelde dat de Amber-termijn van vijf jaar niet opnieuw is gestart en dat de medische gegevens geen toename van beperkingen binnen die termijn aantonen. Ook werd bevestigd dat de diagnose fibromyalgie destijds wel was betrokken bij de beoordeling.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee de weigering van de WIA-uitkering per 1 september 2016 gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens overschrijding van de Amber-termijn.