ECLI:NL:CRVB:2022:2431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage en ongewijzigde WIA-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling
Appellante, werkzaam als medewerker customer service/supervisor, meldde zich in 2004 ziek vanwege de ziekte van Crohn en ontving een WIA-uitkering. Na diverse herbeoordelingen stelde het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage in 2019 vast op 67,34%, gebaseerd op medische rapporten en functionele mogelijkhedenlijsten. Appellante betwistte deze vaststelling en voerde aan dat haar beperkingen ernstiger zijn, onderbouwd met een nieuw medisch rapport.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening was gebaseerd passend waren. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en verzocht om inschakeling van een onafhankelijk deskundige, maar de Raad liet een nieuw medisch stuk buiten beschouwing wegens strijd met de procesorde.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank, concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn voor een andere beoordeling van de arbeidsongeschiktheid en bevestigde het besluit van het UWV. Het hoger beroep werd verworpen en de ongewijzigde voortzetting van de WIA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 67,34% blijft gehandhaafd met ongewijzigde voortzetting van de WIA-uitkering.