ECLI:NL:CRVB:2022:2442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-wonen op BRP-adres
Appellante was ingeschreven op een BRP-adres waar ook haar oma woonde. Van juli 2018 tot juni 2019 ontving zij studiefinanciering als uitwonende studente. Op 14 juni 2019 vond een huisbezoek plaats waarbij bleek dat appellante niet daadwerkelijk op het BRP-adres woonde. De minister herzag daarop de studiefinanciering en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en het huisbezoek aannemelijk maakte dat appellante niet op het adres woonde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er meer persoonlijke spullen aanwezig waren dan vastgesteld en dat getuigenverklaringen onvoldoende werden meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bewijsmaatstaven juist zijn toegepast en dat het rapport van het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag biedt. De verklaringen van de oma en het ontbreken van persoonlijke spullen ondersteunen het oordeel dat appellante niet haar hoofdverblijf had op het BRP-adres. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.