ECLI:NL:CRVB:2022:245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing ziekengeld na medische beoordeling bij toegenomen klachten
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich op 4 augustus 2017 ziek met klachten na een ongeval en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het Uwv de uitkering per 5 oktober 2018 omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Op 2 november 2018 meldde appellant zich opnieuw ziek met toegenomen pijnklachten aan nek en schouder en bewegingsangst. Het Uwv kende ziekengeld toe, maar verklaarde dit later per 2 november 2018 te beëindigen wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren ingeschat. In hoger beroep voerde appellant verergering van klachten, psychische aandoeningen en onvoldoende rekening houden daarmee aan, maar leverde geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het Uwv, bevestigde dat appellant per 2 november 2018 geen recht heeft op ziekengeld en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing van het Uwv om het ziekengeld per 2 november 2018 te beëindigen wordt bevestigd.