ECLI:NL:CRVB:2022:2451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens exploitatie hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd op 19 september 2018 geconfronteerd met een hennepkwekerij in zijn woning. Politie en sociaal rechercheur stelden vast dat appellant de kwekerij had opgezet en geëxploiteerd, maar hij had dit niet gemeld aan het college en gaf geen inzicht in inkomsten of vermogen.
De gemeente Kerkrade trok de bijstand over de periode van 1 februari 2018 tot 1 november 2018 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dat sprake was van een hennepkwekerij, dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen inkomsten had, en dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie, ook na ontmanteling van de kwekerij, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het verzoek om schadevergoeding wegens gebrek aan financiële middelen werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.