ECLI:NL:CRVB:2022:2453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Y.S.S. Fatni
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na ontvangst belastingteruggaaf ouderenkorting
Appellant ontving in 2017 bijstand ingevolge de Participatiewet tot 17 oktober, waarna hij een AOW-pensioen ging ontvangen. In dat jaar ontving appellant een belastingteruggaaf van €1.555,- die betrekking had op de alleenstaande ouderenkorting. Het college stelde dat deze heffingskorting moet worden toegerekend aan het kalenderjaar 2017 en dat de teruggaaf als middel moet worden beschouwd bij de terugvordering van bijstand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht de belastingteruggaaf naar rato heeft toegerekend aan de periode waarin appellant bijstand ontving. De stelling van appellant dat hij pas vanaf de AOW-leeftijd recht had op de ouderenkorting en dat er daarom geen middelen waren tijdens de bijstandsperiode, wordt verworpen. De terugvordering van €1.233,10 is dan ook gegrond.
Het hoger beroep wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank Noord-Nederland van 9 december 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.