ECLI:NL:CRVB:2022:2467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag huurbijdrage wegens prematuriteit bij vervolgde
Appellante, gelijkgesteld met een vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), vroeg in juli 2021 om een vergoeding voor huurbijdrage. Deze aanvraag werd afgewezen omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was en de kosten niet voortvloeien uit haar psychische klachten.
De Raad stelde vast dat appellante nog steeds in haar koopwoning woont en dat een verhuizing naar een huurwoning nog niet aan de orde is. Haar verzoek was dan ook prematuur, omdat zij slechts wilde weten of zij in de toekomst aanspraak kan maken op huurbijdrage.
Op grond hiervan kon het bestreden besluit in stand blijven en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens prematuriteit van de aanvraag huurbijdrage.