ECLI:NL:CRVB:2022:2481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als trajectbegeleider, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant belastbaar was met beperkingen, maar minder dan 35% arbeidsongeschikt. Dit leidde tot weigering van de uitkering, die ook in bezwaar en beroep werd bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat de beperkingen van appellant, waaronder cognitieve klachten en lichamelijke klachten aan linkerarm en linkervoet, voldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. De medische stukken uit 2021 werden niet relevant geacht voor de datum in geschil.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leiden. De Raad vond de motivatie van het UWV voldoende en bevestigde het besluit tot weigering van de WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.